Is de NOS ook bezig met het verschijnsel van deepfake? Ik vroeg het Joost Schellevis, Techjournalist bij de NOS. Hoe gaat de NOS ermee om dat de scheidslijn tussen echt en nep steeds dunner wordt?

 

Zijn jullie bij de NOS ook bezig met het verschijnsel van deepfake?

‘Wij hebben het op onze radar en denken daar ook echt wel over na. Op dit moment zien wij op de redactie echter nog niet veel verschijnselen van deepfake. En ik moet ook zeggen dat ik de kwaliteit ervan vaak ook nog niet heel overtuigend vind. Wanneer het onderscheid met de realiteit volledig weg is, dan wordt het natuurlijk gevaarlijk. Nu kan ik het verschil vaak nog wel met het blote oog zien. Ik vind deepfake-technologie voor nu dus ook nog niet zo’n groot probleem.’

 

Nepnieuws en deepfake

 

Wat zijn de risico’s wanneer echt en nep niet meer van elkaar te onderscheiden zijn?

‘Op dat moment zijn er zeker wel risico’s. Wij als redactie kunnen natuurlijk zelf in een filmpje trappen dat achteraf nep blijkt te zijn. Maar dat risico bestaat nu ook al. Op Twitter bijvoorbeeld zie je ook veel beeldmateriaal dat uit z’n context is getrokken, en bijvoorbeeld van een hele andere gebeurtenis afkomstig is.

Het tweede risico is dat buitenstaanders een filmpje kunnen maken waarin ze presentatoren van het Achtuurjournaal dingen laten zeggen die zij niet daadwerkelijk gezegd hebben. Zo kan bijvoorbeeld hun reputatie en die van de NOS worden geschaad.

Wij kijken bijvoorbeeld naar de bron van een verhaal, naar getuigen van vlees en bloed en er is forensische technologie om te ontdekken of een filmpje echt is of nep.’

 

Hoe ga je daar mee om? En in de toekomst?

‘Ik denk dat over het algemeen voor ons gewoon heel belangrijk is om onze journalistieke taak iedere dag nog beter uit te voeren. Wij hebben traditionele onderzoeksmethoden die al heel goed werken. We kijken bijvoorbeeld naar de bron van een verhaal, naar getuigen van vlees en bloed en er is forensische technologie om te ontdekken of een filmpje echt is of nep. Ik denk dat veel problemen die we in de toekomst met deepfake technologie gaan tegenkomen, grotendeels getackeld gaan worden omdat bestaande methodes afdoende blijken te zijn.

Stel bijvoorbeeld dat er een filmpje opduikt waar een Nederlandse minister enorme hoeveelheden cocaïne gebruikt. Over een paar jaar kan deze politicus zeggen: dat was ik niet, dat was deepfake technologie.

Dat zou inderdaad een risico kunnen zijn. Dat bewijslast die dat we willen gebruiken vanuit onze journalistieke rol makkelijker te ontkennen valt. Maar ook dan proberen we onze traditionele onderzoeksmethoden toe te passen. We gaan dan op zoek of er ook daadwerkelijk mensen bij zijn geweest die die gebeurtenis kunnen onderschrijven. Maar wellicht wordt het voor ons inderdaad wel wat lastiger wanneer het gaat om beelden van bijvoorbeeld een beveiligingscamera. Ook op dit gebied herkennen we de uitdagingen.

Het kan inderdaad zijn dat mensen hun interne kompas wat verliezen door de grote hoeveelheid nepnieuws die op hen afkomt.’

 

Deepfake video

 

In mijn rapport beschrijf ik hoe de steeds grotere hoeveelheid nepnieuws ook apathie of desinteresse zou kunnen veroorzaken bij het algemene publiek waardoor de journalistiek haar kracht verliest en kwaadwillenden relatief vrij spel hebben. Hoe kijk je daar naar? 

Joost: ‘Ik vind het lastig om te speculeren over de toekomst, sommige websites verspreiden nu ook al nepnieuws. Het kan inderdaad zijn dat mensen hun interne kompas wat verliezen door de grote hoeveelheid nepnieuws die op hen afkomt. Dat moeten we nog even afwachten. Ik denk overigens dat het met de mediawijsheid van mensen in Nederland niet slecht gesteld is. Ik denk dat we ons meer zorgen moeten maken over de landen waar een minder sterke mediatraditie is. De bevolking daar is wellicht meer gevoeliger voor manipulatief nepnieuws.

Stel dat er een partij, bijvoorbeeld Rusland, geopolitieke spanningen wil veroorzaken door het nieuws te verspreiden dat een Amerikaanse militair een koran in het toilet heeft gegooid of dat er protesten zijn bij de Amerikaanse ambassade in Islamabad.’

Ik snap wat je bedoelt, maar ik durf niet te zeggen of dat soort dingen gaan gebeuren. Er is nu ook al veel op het internet te vinden aan geruchten en nepnieuws. Het feit dat iets zou kunnen betekent nog niet dat het ook gaat gebeuren. Het scenario dat je schetst lijkt me wat speculatief. En je moet ook niet vergeten: de meest simpele dingen worden over het algemeen het meest gebruikt. Jouw voorbeeld lijkt me wat te complex. Met deze simpele dingen bedoel ik bijvoorbeeld om een bestaande foto in een hele andere context te plaatsen.

‘Het zou overigens wel zo kunnen zijn dat er door de ontwikkeling van deze technologie het makkelijker wordt om op grote schaal realistische Twitter-bots in te zetten. Met echt lijkende profielen en foto’s en betere teksten. Dat zou inderdaad nog wel kunnen gebeuren.’

 

Ligt hier voor jullie bij de NOS dan ook een kans?

Dat denk ik wel. Kijk: Twitter is een prachtig medium om de allereerste nieuwsfeiten van een evenement naar je toe te halen. Er is niks sneller in de wereld op dat gebied. Maar al vrij snel begint de speculatie. En daar wordt het dus onbetrouwbaar. Ik denk dat wij ons kunnen onderscheiden omdat we betrouwbaar nieuws leveren. Wij controleren alles wat we plaatsen en willen niet speculeren. Wij beloven betrouwbaarheid. Ik denk namelijk niet dat je van de gemiddelde nieuwsconsument kunt verwachten dat ze 100% mediawijs zijn. Dus die rol pakken wij heel serieus op.

 

Boek Jarno als spreker

Mijn klanten